U bevindt zich hier: HomeSchepenKleine schepen

Kleine schepen

Inleiding - Sinds de afschaffing van de schippersbeurs in 1998 en de schaalvergroting van schepen die eind jaren '90 is ingezet, staat de toekomst van kleine binnenvaartschepen op de tocht. Veel onderzoeken, peilingen en projecten uitgevoerd. En toch is de positie van het kleine schip nog steeds niet veilig gesteld. Containervaart met kleine binnenvaartschepen behoort tot een succesvol vervoersconcept. De toekomst voor "distrivaart" met kleine schepen is helaas nog twijfelachtig en voor de overige kleine schepen is de toekomst nog steeds onvoorspelbaar. De lage vrachtprijs staat niet in verhouding tot de kosten die met een klein schip worden gemaakt. Een 2e bemanningslid kan eigenlijk niet uit. Hypotheekverstrekkers lopen niet snel van stapel want een sluitende exploitatie is voor kleine schepen zeer lastig. Eveneens zien veel varenden zichzelf niet gauw op een klein schip varen. Immers een groot schip heeft veel meer impact en voorzieningen. Los van de al bestaande reguliere vaart met kleine schepen, zit er niets anders op dan dat alleen een gezamenlijk initiatief van brancheverenigingen, verladers, overheid, onderzoekinstanties de toekomst van de kleine schepen veilig kan stellen. Dat initiatief is na vele onzekere jaren genomen met de komst van het binnenvaartconvenant in 2006 en het programma "Varen voor een vitale economie" in 2007. In 2008 is een streefbeeld en een actieplan opgesteld ("Toekomst klein schip in de binnenvaart").

Hoewel de binnenvaart natuurlijk veel doet of kan doen om verladers voor de binnenvaart te winnen, zijn het per definitie de verladers die voor nieuwe of hervatte ladingstromen zorgen. Immers het schip is en blijft een vervoersmiddel en maakt deel uit van de logistieke keten. Niet meer en niet minder. Eveneens heeft men de mond vol van "intermodaal vervoer", de beruchte "groen" imago en vermindering van de congestie op de weg, maar bedenk één ding: Het zijn de kleinere schepen die het moeten doen. Kleine schepen kunnen gemoderniseerd of gebouwd worden en Europa beschikt over een bijzonder groot vaarwegenstelsel die alleen door de kleine schepen te bevaren zijn.

Intermodaal vervoer is winstgevend voor alle partijen in de logistieke keten. Het draait vooral om slim inzetten van modaliteiten met name door (grote) logistieke dienstverleners. Vervoersmodaliteiten tegen elkaar opzetten door bijvoorbeeld elkaar de tent uit te concurreren leidt nergens naar en is alleen maar kort termijn denken.

Deze pagina is tot stand gekomen met behulp van o.a. de volgende rapporten: Toekomstperspectief kleine schepen (8.71 MB) (AVV min.VenW 1999), Toekomst klein schip in de binnenvaart (1015.85 kB) (Buck Consultants International eind 2008), Themabericht: kleine schepen (4.44 MB) (Marktobservatie Europese binnenvaart 2008-II CCR)

September 2011 - Congres ‘Een goede toekomst voor het kleine schip?' (update)
Na het verschijnen van het rapport ‘Een goede toekomst voor het kleine schip?' aan het eind van 2008, werkt het Expertise- en Innovatie Centrum Binnenvaart (EICB) aan een groot aantal onderwerpen die te maken hebben met het behoud van het kleine schip. Op vrijdag 23 september 2011 organiseerde het EICB en Proeftuin Maritieme Innovatie het congres ‘Een goede toekomst voor het kleine schip'. De hamvraag blijkt duidelijk: Is er toekomst en zo ja, hoe ziet deze toekomst er dan uit?

Inzet van het congres was dan ook om de stand van zaken te presenteren en deelnemers de mogelijkheid te geven om mee te praten en te denken. Na een presentatie over het project ‘Klein Schip' (projectleider EICB, Aad Orgelist), werd via een paneldiscussie de 9 aanbevelingen in het concept hoofdrapport ‘Plan van aanpak Klein Schip' waaraan het EICB werkt, besproken.

Via de website van EICB kunt u de presentatie ‘Een goede toekomst voor het kleine schip?‘ en een overzicht van de ‘Aanbevelingen' downloaden

Voorts werden presentaties gegeven over het project ‘Q-barge', ‘Samenwerking in de praktijk' en ‘the future of Flexfleet'.

In de Scheepvaartkrant van 5 oktober leest u het volledig verslag en reacties.

Kleine schepen
Het kleine schip vervult een belangrijke functie in de logistiek van bedrijven die langs de kleinere vaarwegen gelegen zijn. Typische kenmerken van het kleine schip zijn - naast de unieke eigenschap de kleinste vaarwegen te kunnen bevaren - het kunnen verzorgen van kleine ladingen en het bieden van flexibiliteit. Korte laad- en lostijden zorgen voor een grote omloopsnelheid. Deze schepen vervoeren in principe alles, maar de praktijk wijst uit dat het vooral agrarische producten en bouwmaterialen betreft. Ook zout, papier, kolen en staal worden vervoerd, evenals containers en afval. Toch is het aandeel van het kleine schip in de binnenvaartvloot afgenomen. Bovendien hebben marktveranderingen als de schaalvergroting het rendement van het kleine schip verkleind. Er zijn steeds minder kleine schepen beschikbaar en er worden nauwelijks nieuwe kleine schepen gebouwd. Terwijl het vervoer over water zal groeien en het dreigend tekort aan kleine schepen steeds zichtbaarder wordt.

Definitie klein schip
Zowel de branche als de Centrale Commissie voor de Rijnvaart verstaan onder de definitie klein schip schepen tot een lengte van 86 meter met een laadvermogen tot 1500 ton. Op zich een beetje vreemd want in de praktijk legt men al snel de link naar scheepstypen als de "Spits" met een lengte van 39 mtr. en een laadvermogen tussen de 250 en 400 ton; de "Kempenaar" met een lengte van 50 tot 55 mtr. en een laadvermogen tussen de 400 tot 650 ton; de standaard "Dortmunder" met een lengte van 67 mtr. en een gemiddeld laadvermogen van 900 ton. Het vervoer met deze type schepen richt zich heel sterk op de kleine vaarwegen waarvoor deze schepen zijn gebouwd (klasse I, II en III vaarwegen).

Grotere kleine schepen Wink
De grotere schepen die toch binnen de definitie klein schip vallen, zoals de "Verlengde Dortmunder" (80mtr), "Rijn-Herne-kanaalschip" (80-85 mtr) en "Europaschip" (85 mtr), hebben al snel hetzelfde vaargebied als de grote binnenschepen (>86 mtr.). De vervoersmarkt voor die kleine schepen is niet echt veel anders dan de grotere broers. Daarmee kom je dan ook direct bij de dreiging voor de "grotere kleine schepen". Laadpartijen van deze schepen, vooral bulk en containers, verplaatsen zich naar de grote binnenvaartschepen, waardoor de vraag naar "grotere kleine schepen" minder dreigt te worden (schaalvergroting).

Aantal Nederlandse kleine schepen (mvs)
Type 2004 2007
Spits 180 135
Kempenaar 735 591
Hagenaar 488 409
Dordmunder <= 74 mtr. 558 461
Verlengde Dordmunder >74 mtr. 385 322
Rijn-Hernekanaal <= 86 mtr. 645 595
Totaal 2.991 2.513

Kleine schepen (mvs) in het buitenland
In Frankrijk ligt het aantal op ca. 842 (25% minder dan in 2000); België op 989 (3% minder dan in 2000); Duitsland op 649 (21% minder dan in 2000).


Kleine vaarwegen
Nederland heeft 5.015 kilometer bevaarbare vaarwegen. Daarvan behoort 3.255 km (65%) tot de klasse kleine vaarwegen. De kleine vaarwegen zijn onderverdeeld in 1.156 km klasse I (Spits); 1.251 km klasse II (Kempenaar); 212 km klasse III en 636 km klasse IV. De onderverdeling voor Duitsland, Frakrijk en België is te vinden in het document Marktobservatie 2008-I uitgegeven door de CCR en Europese Commissie.

Tot op heden zijn veel onderzoeken, projecten en peilingen uitgevoerd, maar concrete initiatieven zijn nog maar beperkt zichtbaar. Toch stelt het ministerie van Verkeer en Waterstaat dat er toekomst is voor kleine schepen omdat deze kunnen concurreren met de weg (varen voor een vitale economie). De overheid wil de noodzakelijke vernieuwing in de binnenvaart combineren met het behoud van kleine schepen en hun marktaandeel. Bijvoorbeeld vernieuwende ondernemingsvormen waarbij de startende ondernemers met een nieuw klein schip kunnen concurreren met de bestaande vloot. Frankrijk en België hebben hier d.m.v. subsidiering sterk op ingezet. Frankrijk op de onderneming en België op modernisering van het kleine schip.

Gezien de kritieke fase waarin kleine schepen zich bevinden hebben branchepartijen, o.b.v. het binnenvaartconvenant een onderzoek laten uitvoeren naar de kansen en de bedreigingen van het kleine schip. Tevens is hieraan een visie en actieplan gekoppeld. De resultaten zijn opgenomen in het rapport "Toekomst klein schip in de binnenvaart". Het onderzoek werd in 2008 uitgevoerd door Buck Consultants International. De rijksoverheid en branchepartijen gaan op basis van de uitkomsten van het onderzoek over op concrete vervolgacties.

Oorzaken dreigend tekort kleine schepen
Verschillende oorzaken dragen bij tot het dreigend tekort aan kleine schepen. Een sluitende exploitatie van een klein schip is moeilijker dan van een groot schip. Bijvoorbeeld zijn bemannings- en financieringskosten beduidend hoger. Apparatuur aan boord van kleine schepen heeft dezelfde aanschafkosten als op grote schepen en zijn de onderhoudskosten van een klein schip relatief hoger.

Exploitatie
De liquiditeitsruimte, die beschikbaar is voor herinvesteringen, is in veel situaties negatief. Vooral de Spits is niet economisch verantwoord te exploiteren. Ook de Kempenaar geeft i de (gedeeltelijke) nieuwbouwstaat eveneens een negatieve nettowinst. Naarmate de scheepsafmeting en het laadvermogen toenemen, wordt het resultaat positiever. Om de exploitatiekosten positief te beïnvloeden met gezicht worden naar mogelijkheden om die kosten te verlagen en de omzet te verhogen. Om nieuwbouw van kleine schepen rendabel te maken moet de omzet (als gevolg van de vrachtprijzen en effectieve inzet van het schip) een Spits met 100% toenemen. Voor een Kempenaar met 50% en een schip van 86 meter met minimaal 10%. Het rendabel in de vaart houden van kleine schepen is direct afhankelijk van de vrachtprijs. Door de vrije markt zijn de vrachtprijzen zeer dynamisch geworden en wisselen sterk. Het kleine schip concurreert binnen de branche maar nadrukkelijk ook met het wegtransport. Het wegtransport wordt steeds meer geconfronteerd met congestie en kostenverhogingen. Dat biedt dan ook kansen voor het toenemend gebruik van het kleine schip. Voorwaarde is dat de vrachtprijs niet te laag moet zijn om zo'n schip goed te kunnen exploiteren. Kortweg komt het er op neer dat een klein schip voordelen moet hebben ten opzichte van wegtransport en inzet van grote schepen.

Financiering
De financiering van een bestaand klein schip is vrij lastig. Niet omdat banken geen kleine schepen willen financieren, maar aan de financiering zal een sluitende exploitatiebegroting te grondslag liggen. En dat is bij kleine schepen een stuk lastiger dan bij grote schepen. Als dan ook nog zo'n klein schip gerenoveerd moet worden, wordt het nog moeilijker. Vooral als die kosten dicht bij de waarde van het totale schip komt.

Beperkte nieuwbouw
In tegenstelling tot grote schepen vindt nieuwbouw van kleine schepen op zeer beperkte schaal plaats. Doodgewoon omdat het in de meeste gevallen niet uit kan. Uitzonderingen hierop zijn nieuwe schepen die speciaal zijn of worden ontwikkeld voor specifiek trajecten met een langdurige vervoerszekerheid tegen gunstige vrachtprijs. Daarbij worden subsidies verkregen voor innovatieve toepassingen, waardoor de financieringskansen worden vergroot. Voorbeelden hiervan zijn Research Small Barges, kleinschalig distrivaart en Q-barge.

Technische factoren
Kleine schepen moeten hoge investeringen doen om aan de nieuwste technische eisen/ voorschriften te voldoen. Soms zoveel dat het zelfs de waarde van het schip overtreft. Nieuwe technieken maken het echter wel mogelijk om het ondernemen op een klein schip aantrekkelijker te maken. Bijvoorbeeld door bij innovatieve technische toepassingen met minder bemanning toch op een veilige manier te varen en de werk- en leefomstandigheden te verbeteren. De leefruimte op kleine schepen is minder groot dan op grote schepen.

Sociale factoren
Veel schippers hebben naast hun klein schip ook een woning aan de wal omdat het gezin niet (meer) meevaart. De kleine leefruimte en schoolgaande kinderen maken dat het varen op kleine schepen minder aantrekkelijk geworden voor gezinsbedrijven. Een traditioneel gezinsbedrijf staat bij kleine schepen dan ook onder druk terwijl die vorm economisch gezien succesvol is. Bijvoorbeeld drukken bemanningskosten minder zwaar voor een sluitende exploitatie. Toch kiezen nieuwe ondernemers van kleine schepen veelal voor het aannemen van bemanningsleden.

Logistieke factoren
Door de verwachte sterke groei van het goederenvervoer, de congestie (drukte en opstoppingen) op de wegen en acceptatie van intermodaal vervoer, neemt de vraag naar inzet van binnenvaartschepen toe. Een modalschift ten gunste van de binnenvaart kan echter alleen worden bereikt als verladers, ontvangers, operators en wegvervoerders achter de inzet van binnenvaartschepen staan en er voldoende (geschikte) kleine schepen beschikbaar zijn. De containervaart met kleine schepen op terminals gelegen aan kleine vaarwegen is hier een succesvol voorbeeld van.

Marktkansen voor het kleine schip liggen in de agrosector (koel- en pallettransport). Overigens in Vlaanderen wordt vooral op het pallettransport flink geïnvesteerd. Verder liggen kansen in de sector afval waaronder afvalcontainers en recycling als puin en glas en de sectoren steenkolen, bouwmaterialen en maritieme containers.

Om de keuze te bepalen voor het transport per vrachtauto of binnenvaartschip te laten plaatsvinden zijn een aantal factoren van belang: ten eerste de vergelijking van de beide modaliteiten op basis van vervoersafstand en bijbehorende transportkosten. Daarnaast speelt mee het transportvolume, type lading, betrouwbaarheid, geschikte infrastructuur en bereikbaarheid, rij- en vaartijd en voorraadkosten.


SWOT-analyse
De positie van het kleine schip is ondergebracht in een zogenaamde SWOT-analyse

 

Sterkten

Zwakten

Intern

• Kleine schepen zijn flexibel

• Kleine schepen bevaren het haarvatenstelsel van onsvaarwegnetwerken makeneconomische gebieden bereikbaar

• Personeelskosten drukken zwaar op de exploitatie

• Vaste kosten drukken zwaar op de exploitatie

• Gebrek aan kostprijsbewustzijn en servicegericht

denken bij een deel van de huidige ondernemers

• Beperkte samenwerkingsgraad binnen de branche

en in de logistieke keten

• Hetprijsverschiltusseneenbestaandschipen

nieuwbouwisgrootende financieringsmogelijkheden zijn beperkt.

• Beperkte woonruimte op kleine schepen

 

Kansen

Bedreigingen

Extern

• Toenemendevraagnaarbinnenvaartals alternatief en betrouwbaar vervoersproduct

• Kostenstijgingen in het wegtransport versterken de concurrentiepositie

• Multimodalefocusdoor(grote)logistieke dienstverleners die voorheen weggeoriënteerd waren

• Innovaties in de bedrijfstak

• Aanpassing van de Europese bemanningsregeling

• Terugdringen leegvaart

• Fiscale stimuleringsmaatregelen

• Goedevoorbeeldenvan nieuwbouwin de laatste jaren en nieuwbouwinitiatieven

• Het imago “big is beautiful”

• Onvoldoendegemotiveerdengekwalificeerd personeel en nieuwe ondernemers

• Verladersbetalengeenkostendekkendevrachtprijzen

• Concurrentie met wegtransport

• Sociale factoren drijven gezinsbedrijf aan de wal.

• Wet-enregelgeving(mn. voor oudere kleine

schepen)

Streefbeeld vastgesteld eind 2008
Door de branchepartijen is in samenwerking met Buck Consultants International op basis van de verkenning van sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen in relatie tot het kleine schip het volgende streefbeeld geformuleerd: • De diversiteit van de binnenvaartvloot behouden door:
- behoud van goed onderhouden bestaande kleine schepen
- vernieuwing en modernisering van bestaande kleine schepen
- nieuwbouw van kleine schepen
• 50 nieuwe kleine schepen voor 2015 in de vaart brengen
• Ondernemers en personeel op kleine schepen behouden en nieuwe ondernemers vinden
• Werken aan een beter ondernemersklimaat op kleine schepen
• Gelijke financieringskansen voor kleine schepen ten opzichte van grote schepen


Oplossingsrichtingen
Met behulp van het streefbeeld en de SWOT-analyse zijn mogelijk oplossingsrichtingen geïdentificeerd die het streefbeeld ondersteunen. Deze oplossingsrichtingen, gericht op het kleine schip zijn: a) Realisatie van nieuwe instroom van ondernemers en personeel
b) Verbetering marktbewustzijn en de positie in de logistieke keten
c) Stimuleren van nieuwbouw en innovatie
d) Aanpassing van financieringsvoorwaarden en fiscale maatregelen
e) Aanpassing van wet- en regelgeving
f) Verbetering van de sociale omstandigheden
g) Imagoverbetering


Actieplan opgesteld eind 2008
Om het streefbeeld ook daadwerkelijk te halen, heeft de branche in samenwerking met Buck Consultans International een Actieplan opgesteld. De volgende acties zijn opgenomen

Procesmanagement
Actie 1 Bewaken voortgang en monitoren resultaten
Naast de uitvoering van de hierna genoemde acties is het stimuleren en bewaken van de voortgang en het meten van de (tussentijdse) resultaten minstens zo belangrijk. De centrale coördinatie wordt uitgevoerd door een nog te benoemen Coördinator Kleine Schepen. Deze Coördinator is ook verantwoordelijk voor de afstemming en tijdige besluitvorming tussen verschillende betrokken partijen.

Actie 2 Monitoren bereikbaarheid haarvaten vaarwegstelsel
Op dit moment is er op de haarvaten van het vaarwegstelsel nog sprake van een lage servicegerichtheid ten aanzien van bedieningstijden en de aandacht voor beroepsvaart (in plaats van uitsluitend de prioriteit voor pleziervaart). De vooruitzichten voor de infrastructurele kwaliteit van de meeste kleine vaarwegen in Nederland is positief. Voor 2016 zal naar verwachting al het achterstallig onderhoud aan infrastructuur zijn ingelopen. Om kleine schepen een maximale ongehinderde doorgang te verlenen op de haarvaten worden door de binnenvaartbranche afspraken met (Nederlandse en Europese) overheden en het bedrijfsleven over aanpassingen aan infrastructuur en de servicegerichtheid continue bewaakt.


Realiseren nieuwe instroom van ondernemers en personeel
Actie 3 Meer leerplekken aan boord van kleine schepen
Het realiseren van meer leerplekken op kleine schepen in de binnenvaart door het coachen van huidige binnenvaartschippers tot leermeesters en het financieel (fiscaal) stimuleren van leerplekken aan boord van kleine schepen. Actie 4 Opzet handboek en vraagbaak voor nieuwe instromers
Het bijeen brengen van gerichte, eenduidige informatie over werken in de binnenvaart, de start van een eigen onderneming en businesspartners in de binnenvaart in combinatie met een vraagbaak die nieuwe ondernemers in de binnenvaart op weg helpt. Voorbereidingen in 2009 en in 2010 publicatie Verbetering marktbewustzijn en positie klein schip in de logistieke keten
Actie 5 Afspraken tussen binnenvaartbranche en verladers
Concretiseren dialoog tussen verladers en de binnenvaartbranche door het maken van afspraken over de gezamenlijke inspanning van verladers en vervoerders voor het behoud van kleine schepen in de binnenvaart. Acties kunnen hierbinnen specifiek gericht zijn op kostendekkende vrachtprijzen, efficiënte inzet van kleine schepen, nieuwe vervoersconcepten, gezamenlijke lobby voor toegankelijke havens etc. Voorbereidingen in 2008. Besprekingen in 2009 en uitwerking afspraken vanaf 2009 Actie 6 Verkenning samenwerkingsvormen en ondernemersvormen
Onderzoek naar samenwerkingsmogelijkheden tussen binnenvaartondernemers op kleine schepen en nieuwe ondernemersvormen. Tijdpad 2008: Uitvoeren onderzoek in 2008 en publicatie resultaten en vervolgstappen in 2009.Stimuleren van nieuwbouw en innovatie
Actie 7 Uitwerking formule nieuwbouw 50 kleine schepen
De opzet van een formule gericht op het vinden van nieuwe ondernemers die gezamenlijk een traject ingaan van nieuwbouw en exploitatie in de kleine binnenvaart. Deze nieuwe ondernemers worden in het traject door verschillende organisaties, kennisinstituten en bedrijven ondersteund. De focus bij deze nieuwe formule ligt op het in de vaart brengen van 50 nieuwe kleine schepen door samenwerking tussen ondernemers. Opzet formule in 2008. Werving ondernemers in 2009 en in 2010 start nieuwbouwtrajecten. Exploitatie en tussentijdse evaluatie (on-going) in 2010 en verder. Actie 8 Onderzoek naar het goedkoper bouwen van kleine schepen
Er zijn mogelijkheden om kleine schepen goedkoper nieuw te bouwen. Bijvoorbeeld door
seriebouw, de toepassing van alternatie (lichtere) materialen of energiezuinige, waardevaste of onderhoudsarme schepen. Opzet onderzoek in 2008. Uitvoering onderzoek gedurende 2009-2010 Aanpassing financieringsvoorwaarden en fiscale maatregelen
Actie 9 Uitwerking borgstellingkrediet kleine schepen
De opzet van een borgstellingkrediet gericht op de financiering bij renovatie of nieuwbouw van kleine schepen. Opzet kredietvoorwaarden gedurende 2008-2009. Aanbieden product vanaf 2009Actie 10 Onderzoek Waarborgfonds en KSH
Onderzoek naar de opzet van een Waarborgfonds in combinatie met een Klein Schepen Herwaarderingsprogramma (KSH). Onderzoek gedurende 2008-2009. Opzet (indien opportuun) in 2010 Actie 11 Vergroten stakingsvrijstelling
Het verkennen van de mogelijkheden om bij bedrijfsbeëindiging de stakingsvrijstelling te vergroten, de mate van financiële compensatie die hier voor nodig is en mogelijkheden om deze compensatie in te vullen vanuit bestaande fondsen. Onderzoek in 2009 Actie 12 Verkennen doeltreffendheid fiscale maatregelen
Onderzoek naar de doeltreffendheid van fiscale stimuleringsmaatregelen voor kleine binnenvaartschepen conform de regelingen die in de zeevaart worden toegepast (tonnagebelasting, afdrachtvermindering loonbelasting en fiscale stimuleringsmaatregelen voor leerplekken). Onderzoek gedurende 2009-2010. Doorlooptijd implementatietraject tenminste 5 jaar


Actie 13 Uitzonderingsbepaling subsidie kleine schepen
Start dialoog met ministerie van Economische Zaken over stimuleringssubsidies in de binnenvaart en uitzonderingspositie voor kleine schepen bij de formulering van eisen welke ten grondslag liggen aan de publicatie van nieuwe subsidieregelingen. Tijdpad 2009-2010 Aanpassing wet- en regelgeving
Actie 14 Vaartijdverkorting voor nieuwe instromers
Aanpassing vaartijdeis in Binnenvaartwet. In gang zetten aanpassing wetgeving (indien opportuun) in 2010. Actie 15 Verkenning eenmansvaart
Onderzoek naar de verruiming van de lengtegrens voor eenmansvaart op kleine schepen.
Onderzoek en praktijkproeven in periode 2008-2010. In gang zetten aanpassing wetgeving (indien opportuun) in 2010. Actie 16 Verkenning vervanging matroos voor lichtmatroos/deksman
Onderzoek naar de mogelijkheden om in de bemanningsregeling de matroos te vervangen voor een deksman of lichtmatroos. In gang zetten aanpassing wetgeving (indien opportuun) in 2010 Actie 17 Toepassing hardheidsclausule en alternatieve technische maatregelen
Communicatie met het ministerie van Verkeer & Waterstaat over de interpretatie van de wetgeving om implementatieproblemen als gevolg van aanpassing in de wetgeving voor binnenvaartondernemers te voorkomen (mn. in relatie tot haalbaarheid van technische aanpassingen in relatie tot geluidseisen op kleine schepen, zie ook actie 19).
Communicatie met ondernemers over de afloop van de overgangsbepaling, de toepassing van de hardheidsclausule en alternatieve technische maatregelen die moeten worden uitgevoerd om aan de technische wetgeving (ROSR) te voldoen. Start communicatietraject in 2008 Actie 18 Moderniseringsprogramma Kleine Schepen
Om de technische aanpassing van bestaande kleine schepen te bevorderen wordt de opzet en de daadwerkelijke invulling van de ondersteuningsvoorwaarden van een Moderniseringsprogramma Kleine Schepen verkend. Uitwerking en publicatie programma in 2009-2010.Verbetering sociale omstandigheden
Actie 19 Geluidsreducerende maatregelen
Onderzoek naar kosteneffectieve de mogelijkheden voor geluidsreductie in de woning aan boord van kleine schepen. Onderzoek in 2008-2009 Actie 20 Bedrijfsbeëindiging en bedrijfsopvolging
Opzet van een toets die binnenvaartondernemers kunnen gebruiken om vast te stellen of tijdig (financiële) voorzorgsmaatregelen zijn genomen voor bedrijfsbeëindiging of bedrijfsopvolging. Met deze toets worden binnenvaartondernemers actief voorgelicht. Start communicatie in 2009. Imagoverbetering
Actie 21 Imagocampagne
Imagocampagne rondom het kleine schip, gericht op verschillende doelgroepen:
Huidige binnenvaartschippers en personeelsleden; jongeren en ouders van jongeren; zij-instromers; verladers; Toeleveranciers (banken, makelaars, scheepswerven etc.); binnenhavengemeenten; onderwijsinstellingen, etc. Opzet campagne in 2008-2009. Start interne campagne in 2009. Uitrol imagocampagne andere doelgroepen in 2010

Link_portalbinvrt
Link_CBRB Link_KonSchut
Link_BLN Link_BVB
Link_PBV Link_INE
Link_Blueroad Link_Flexfleet
Link_OCB Link_eu_Edinna
Link_EICB Link_BTB
Link_Agentschap Link_CCR
Link_WWINN Link_Rivers
Link_eu_Platina Link_eu_naiades
Link_Vaarweg Link_wetgeving
Link_techniek en bemanning
Link_Schuttevaer Link_Scheepvaartkrant
Link_Binnenvaartkrant Link_NT
EICB.png
Ga naar boven