Internationale Scheepsafvalstoffen-verdrag van kracht

Op 1 november is het Verdrag inzake de Verzameling, Afgifte en Inname van Afval in de Rijn- en Binnenvaart van 9 september 1996 (afgekort CDNI) in werking getreden. (PH: In Nederland hanteert men vooral de term Scheepsafvalstoffenverdrag. Internationaal gebruikt men liever de officiële afkoring CDNI, wat staat voor Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des Déchets survenant en Navigation rhénane et Intérieure.) Door dit Verdrag moet de belasting van het milieu door de binnenvaart nog verder worden gereduceerd. De binnenvaart levert hiermee een bijdrage aan de bescherming van het milieu en kan zich hierdoor met recht opwerpen als een ecologisch interessante vervoersdrager. Voor de verwijdering van de scheepsafvalstoffen gaan bovendien voorschriften gelden die gebaseerd zijn op het principe van 'de vervuiler betaalt'.

  

Het Afvalstoffenverdrag geldt op alle bevaarbare waterwegen in Duitsland, Nederland en België, op het Franse gedeelte van de Rijn, op het Zwitserse gedeelte van de Rijn tot aan Rheinfelden en op de internationale Moezel in Luxemburg en Frankrijk. Het Verdrag richt zich tot de Verdragsluitende Staten en zal in het nationale recht van elke Staat worden overgenomen, zodat het Verdrag op het hele waterwegennet met op elkaar afgestemde handhaving en sancties, kan worden toegepast.

Door dit Verdrag treedt voor een groot gedeelte van het waterwegennet een verbod in werking om afvalstoffen die schadelijk zijn voor het milieu op het oppervlaktewater te lozen. De Ondertekenende Staten hebben zich ertoe verplicht, voor handhaving van het verbod te zorgen.

Het CDNI onderscheidt de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen bij het vervoer per schip al naar gelang de oorsprong van de verschillende afvalstoffen. Bepaalde voorschriften richten zich tot de schippers, zoals bijvoorbeeld bij olie- en vethoudende afval, huishoudelijk afval en ander klein afval, maar als het gaat om afvalstoffen die samenhangen met de vervoerde lading, wordt de verantwoordelijkheid tussen ladingontvanger, verlader en vervoerder gedeeld. Aan de andere kant hebben de Verdragsluitende Staten zich ertoe verplicht, een voldoende dicht netwerk van ontvangstinrichtingen in te richten of te laten inrichten.


Internationaal bijdragesysteem voor olie- en vethoudend afval
Eén van de belangrijkste onderdelen van het CDNI betreft de verwijdering van olie- en vethoudend afval. Het Verdrag maakt het mogelijk, dat deze afvalstoffen binnen het gehele internationale netwerk gratis worden afgegeven. De financiering van de ontvangstinrichtingen door de binnenvaart (volgens het principe van 'de vervuiler betaalt') wordt verzekerd in de vorm van een verplichte verwijderingsbijdrage. Het tarief daarvan is in alle landen hetzelfde. De hoogte van de bijdragen is gekoppeld aan het gasolieverbruik van gemotoriseerde schepen. Door een internationale verevening worden de middelen, rekening houdend met de kosten van de nationale netwerken, over de landen verdeeld. (bron: CCR, 2 november 2009)

 

Meer weten?
Voor meer informatie kunt u terecht op
* de website van Stichting Afvalstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart (SAB),
* Rijkswaterstaat en
* weblog van Robert Tieman op http://www.gevaarlijke-lading.nl (handhaving van  het ScheepsafvalstoffenSAV/CDNI Besluit)

 

Het handboek kunt u ook hier downloaden.

icon Handboek Scheepsafvalstoffenverdrag (SAV) (592.48 kB 2009-10-12) 
icon Handboek Scheepsafvalstoffenverdrag (SAV) - Bijlage (166.04 kB 2009-10-12)