|
Fiwado organiseerde juli 2010 een informatiemiddag over overgang van hoog- naar laag- zwavelige gasolie. Met ingang van 1 januari 2011 is het zover. De regelgeving brengt de gasolie met 1.000 ppm zwavel terug naar 10 ppm. Daarmee wordt de brandstof nagenoeg zwavelvrij. TNO en Stichting Projecten Binnenvaart voerden onderzoeken uit met monsternames, waarmee is vastgesteld dat de smerende werking van de ‘nieuwe' brandstof positief is, ofwel de levensduur van motoren kan verlengen. Het toepassen van zogeheten low saps smeermiddelen in de motor kan dit effect nog meer versterken. Ofschoon de binnenvaart slechts zo'n 2,5 procent van de totale vraag naar brandstof vertegenwoordigt, wordt met deze nieuwe generatie brandstof haar schonere imago verstevigd!
Deel uit artikel 'EN590 zorgt voor schoon imago binnenvaart', door Johan de Witte, Binnenvaartkrant nr.16, dd. 3 augustus 2010.
Verplicht Zwavelvrije gasolie (10 ppm) wordt op 1 januari 2011 verplicht. In de laatste maanden van 2010 zal de beschikbaarheid naar behoefte worden aangepast, waarmee alle gebruikers vanaf 1 januari aan de nieuwe norm voldoen. Het is primair van belang vast te stellen dat EN590 iets anders is dan gasolie met 10 ppm zwavel. De term ‘EN590' wordt alleen correct gebruikt als er sprake is van (wegtransport)diesel; dus laagzwavelige brandstof met maximaal 7 procent (FAME) biocomponent. Dit is de basiskwaliteit diesel voor op het land. Premium diesels als Total Excellium zijn bijzondere versies van deze EN590-brandstoffen op het land. Op het water is het momenteel nog anders, al zal de kwaliteit van brandstoffen de komende jaren opschuiven. Bij een aantal leveranciers is EN590 reeds verkrijgbaar. De toekomst zal uitwijzen waar we werkelijk naar toe gaan. Dat is nu nog niet geheel te voorspellen. Er zijn bestaande motoren die reeds anderhalf jaar op de nieuwe brandstof draaien, met als resultaat: gunstig ten aanzien van onderhoud, gelijkblijvend verbruik, motoren blijven van binnen schoner en produceren minder rook of zijn geheel rookloos. Voor moderne motoren geldt het gebruik van brandstof volgens de EN590norm als garantievoorwaarde. Het gebruik van EN590 maakt het mogelijk om eenvoudiger filters toe te passen evenals nageschakelde technieken en roetfilters die hierdoor betrouwbaarder en voordeliger worden.
Biocomponent In de EU geldt een bijmengingrichtlijn voor biobrandstoffen. Die wordt in elke lidstaat omgezet in wetgeving. De huidige EN590 brandstof in Nederland biedt de AGP-houders (lees: oliemaatschappijen) de mogelijkheid om tot maximaal 7 procent biocomponenten toe te voegen aan dieselbrandstof. Het woord ‘bio' slaat in dit verband op het feit dat voor het groeien van gewassen CO2 nodig is. Dit komt later met de verbranding weer terug in de atmosfeer. De eerste generatie biobrandstof (oliën uit koolzaad, soja, zonnebloem, palm, tarwe of maïs) is met betrekking tot druk op voedselketen en duurzaamheid onderdeel van een discussie die zorgt voor alternatieve vormen van biobrandstoffen. In hoeverre deze biocomponenten in de scheepvaart gebruikt worden, is onderdeel van die discussie. Verschillende brancheverenigingen (CBRB, VIV, Scheepsbouw Nederland en NOVE) hebben de ministeries van VROM en V&W gezamenlijk een brief gestuurd over de invoering en het onderzoek naar de introductie van biocomponenten in de binnenvaart.
Lees het hele artikel in de Binnenvaartkrant nr.16, dd. 3 augustus 2010. Lees ook artikel 'Oudere motoren minder geschikt voor laagzwavelige brandstof', weekblad Schuttevaer, 24 juli 2010.
|