|
Het eerste schip met Scheldehuid, dat zeer goede bescherming biedt bij aanvaringen in de flank, was de gastankduwbak Chemgas 20 die in 2002 in de vaart werd gebracht. Inmiddels varen 4 gastankschepen van Chemgas rond met de Scheldehuid. Ook andere bedrijven stappen of zijn overgestapt op tankschepen met Scheldehuid. Het doel van de Y-shaped hull (Scheldehuid) is om te zorgen dat de constructie vervormd zonder dat de waterdichtheid van de scheepshuid (lekkage) verloren gaat.
De constructie is bedacht door de heer ir. J.W.L.Ludolphy, die in 2002 plotseling is overleden. De Koninklijke Schelde Groep heeft in samenwerking met TNO en een aantal andere bedrijven in 1998 en 2000 botsproeven op het Hollands Diep uitgevoerd. De resultaten hiervan waren zeer goed. Na de proeven is het ontwerp gepatenteerd en na uitgebreid onderzoek door classificatiebureaus is er toestemming gegeven voor de bouw van het 1ste schip met deze zgn. Scheldehuid, de gastankduwbak Chemgas 20.
Botsproeven Op 9 juli 1998 werden de eerste proeven uitgevoerd. Een stuk Scheldehuid met de afmetingen van 8 meter bij 1,5 meter werd aan een ponton gelast. Een oud tankschip, Nedlloyd 32, werd voorzien van een bulb op de voorsteven. De opzet was er op gericht om te kijken hoe goed de Scheldehuid bestand was tegen aanvaringen en werd speciaal gekeken of de waterdichtheid van de huid gewaarborgd zou zijn. Het motortankschip ramde de testscheepshuid met een snelheid van ca. 20 km/u. Bij de 1 ste botsproef bleek er een flinke indeuking te zijn, maar geen doorboring van de huid. Vervolgens werd direct een 2 de botsproef uitgevoerd, waarna de huid nog steeds waterdicht was.
Op 28 februari 2000 werd nog zon proef uitgevoerd. Dit keer omdat er serieuze interesse was om deze technologie te gebruiken bij de bouw van een schip. Bij deze proef koos men voor een ander soort bulb, waarmee de kracht die de Scheldehuid moest weerstaan, beduidend hoger lag. Ook hier werden 2 potsproeven uitgevoerd. Ondanks de hogere belasting deukte de huid maar 60 cm in. Deze botsproef was het bewijs dat de classificatiebureaus nodig hadden om de bouw van het eerste schip, de gasduwbak Chemgas 20, goed te keuren.
De Chemgas 20 (l:76,50/b:11,40) werd vervolgens op 4 oktober 2002 in de vaart gebracht. Niet lang daarna volgde ook zusterschip Chemgas 21. Deze gastankers kregen dankzij de Scheldehuid toestemming met 4 cilindrische tanks van 550 m3 elk te varen i.p.v. met 6 tanks van 380m3, wat normaal de maximale grootte is.
Kenmerken
- Tankers met een Scheldehuid mogen veel grotere ladingtanks inbouwen (tot max. 1.000 m3) dan gewone tankschepen (max. 380 m3 per tank).
- Bij gebruik van grotere ladingtanks, vallen eventuele extra kosten mee vanwege besparing van extra materiaal van weggevallen ladingtanks en tevens wordt tijdens de bouw tijd bespaard door het gunstige lassen.
- Met behulp van de botsproeven werd bewezen dat de Scheldehuid een belangrijke bijdrage kan leveren aan de veiligheid van de scheepvaart op de Rijn en andere binnenwateren.
- Met de Scheldehuid komt er op veiligheidsgebied een nieuwe categorie tankers bij, naast de bestaande enkelwandige en dubbelwandige tankschepen.
Gastankschepen Embata en Emwatis In 2004 werden de nieuwe gastankers Emwatis en Embata (70x10,30 mtr) van Chemgas in de vaart gebracht. De scheepswanden zijn, net als de Chemgas 20 en 21, van de botsbestendige Scheldehuidgemaakt. Voor de Emwatis en de Embata heeft Chemgas geen gebruik gemaakt van grotere ladingtanks. Deze schepen zijn uitgerust met 4 tanks van 350 m3, waarin het gas onder een druk van 6 bar wordt opgeslagen. De druk mag oplopen tot 11 bar. Beide schepen vervoeren een soort LPG van de Esso raffinaderij Rotterdam naar de Esso raffinaderij Antwerpen. Voor dit vervoer varen de schepen 365 dagen per jaar. Het is de bedoeling dat de LPG zoveel mogelijk direct uit de productie in de schepen stroomt. De raffinaderij heeft dan weinig opslagruimte nodig. producten. Meer over deze schepen.
Motortankschepen Vinotra 10 en Apollo Met de bouw van deze grote tankschepen lijkt begonnen aan een doorbraak in de tankvaart. Het bedrijf Deen Shipping bouwt in China het met Scheldehuid voorzien motortankschip Apollo. Dit schip 135 meter lang, 17,50 meter breed en een laadvermogen van ruim 7.000 ton. Ook het bedrijf Vinotra laat het grootste binnenvaart bunkerschip Vinotra 10 bouwen die eveneens wordt voorzien van een Scheldehuid. Dit schip gaat met de afmetingen 135 mtr. bij 22,80 mtr. en een laadvermogen van ca. 12.000 ton het grootste bunkerschip van nu, mts. Vlissingen, ruimschoots voorbij. Naast deze twee schepen blijken er harde opdrachten te zijn voor de bouw van nog 7 tankschepen met Scheldehuid. De Vinotra 10 wordt dus het grootste binnenschip dat tot nu toe is gebouwd. Door de toepassing van de Scheldehuid kan het schip toe met 18 ladingtanks. Normaal gesproken zouden 36 tanks nodig zijn. Met de nieuwe supertankschip speelt Vinotra in op de verwachte groei van de bunkermarkt. De Vinotra 10 wordt in Nederland afgebouwd en moet eind 2007 klaar zijn. Het casco van de Apollo komt in de herfst op een ponton met andere China casco's aan in Nederland. De Apollo wordt straks ingezet in het ARA-gebied en op de Rijn. Het schip krijgt dankzij de Scheldehuid 12 ladingtanks van 760 m3. Ten opzichte van een traditionele tanker een vermindering van 12 ladingtanks. De Apollo gaat lichte chemicaliën vervoeren. Rensen Shipbuilding heeft de exclusieve licentierechten van Damen gekregen voor het gebruik van de Scheldehuid in de binnenvaart, met uitzondering van gastankers. Daarvan liggen de rechten bij Chemgas.
Meer over scheldehuid: 06-11-2008 - Deen Shipping creëert met Apollo nieuwe klasse (weekblad Schuttevaer)
|