CCR: Economische situatie Rijnvaart 2010
maandag, 06 juni 2011 09:58

ccrVerslag Rijnvaartcommissie (CCR) 2010: In de loop van 2010 is het over de Rijn getransporteerde volume met iets meer dan 10 % toegenomen. De groei bedroeg in de 2e helft van het jaar ongeveer 15,6%. De groei was vooral te danken aan het vervoer van aardolieproducten, staalproducten en containers. De gunstige ontwikkelingen in de drogeladingsector en chemie, hangen samen met inhaaleffecten na de crisis. In december hebben de weersomstandigheden en waterstanden het vervoer op de Rijn nadelig beïnvloed.

Hoewel de getransporteerde hoeveelheden gemiddeld nog onder de waarden liggen van voor de crisis, lijkt de ontwikkeling in de 2e helft van het jaar erop te wijzen dat de vervoersvraag langzaam omhoog klimt naar het niveau van voor de crisis. Begin 2011 is de scheepvaart op de Rijn vanwege hoogwater en het ongeval met de Waldhof in de buurt van de Loreley stilgelegd. De vervoersstromen raakten ontregeld.

Vervoer 

Droge bulk
De door de drogeladingvaart getransporteerde hoeveelheden zijn in 2010 10,6% gestegen. In de 2e helft van het jaar was de vervoersvraag zelfs nog groter en komt de toename uit op 14,3%.

De graanoogsten vielen in 2010 duidelijk lager uit dan in 2009 en over het gehele jaar gerekend levert dit een daling op van de getransporteerde hoeveelheden van rond de 10%. Door de invoer van graan via de zeehavens (vooral biobrandstoffen), werd op een gegeven moment in dit vervoerssegment echter een piek van meer dan 21% bereikt. Het transport van voedingsmiddelen en veevoeders liep in 2010 licht terug. Het hele jaar door was er een fors herstel in het vervoer van kunstmest, met een stijging van bijna 29% van de vervoerde hoeveelheden.

Het vervoer van grondstoffen en schroot voor de staalnijverheid bereikte in 2010 weer het niveau van voor de crisis, dankzij een stijging van meer dan 36%. Nadat het grootste deel van de achterstand was ingehaald, bleef het groeipercentage in de 2e helft in vergelijking met dezelfde periode in 2009 steken op 17%. Naar verwachting zal het in 2011 minder snel zal toenemen. Het vervoer van staalproducten is over het gehele jaar genomen met 9,6%. Voor 2011 zal de groei vermoedelijk zeer gestaag zijn.

Ook het vervoer van kolen in 2010 is met 23% toegenomen t.o.v. 2009. In het kielzog van de toegenomen activiteiten in de staalsector nam ook het vervoer van cokeskolen, die grotendeels voor deze sector bestemd zijn, toe, terwijl het vervoer van kolen voor elektriciteitscentrales als gevolg van de toegenomen concurrentie met aardgas door van de actuele prijzen, terugliep. Door de concurentie en lage groei in de staalsector zal in 2011 de vervoersvraag m.b.t. kolen minder hoog zal uitvallen.

Het vervoer van zand en grind is in 2010 met bijna 5% gedaald ten gevolge van de zeer strenge en lange winter 2009/2010 en een zeer zwakke vraag. In 2010 lag het vervoer ca. 17% lager dan voor de crisis. In deze sector is het herstel dus nog niet echt merkbaar geworden. In 2010 was de verhoogde activiteit in de bouwsector een positieve factor voor de transportvraag, maar de winter van 2010 - 2011 was opnieuw streng en lang, waardoor veel bouwplaatsen stil kwamen te liggen. Alles bij elkaar genomen zal het vervoer van zand en grind in 2011 slechts bescheiden groeien.

Containervaart
In het licht van de oplevende wereldhandel en activiteiten in de zeehavens heeft ook het containervervoer de achterstand weggewerkt en is weer op het peil van voor de crisis. Voor de Rijn betekende dit in 2010 een toename van de hoeveelheden van meer dan 12%. In de 2e helft van het jaar zelfs 16,6%. Terwijl het groeicijfer voor volle containers over het gehele jaar gemeten bij bijna 10% lag en bij 16,6% in de laatste zes maanden, maakte het vervoer van lege containers over heel 2010 zelfs een groei door van meer dan 20%. De reden voor deze sterke stijging van het vervoer van lege containers ligt in het feit dat er in de zeehavens een structureel tekort aan lege containers is.

Tankvaart
In de tankvaartsector wordt het jaar 2010 gekenmerkt door een gemiddelde stijging van bijna 9%, die in de 2e helft van het jaar zelfs boven de 19% uitkwam. Het vervoer van aardolieproducten toonde in de loop van 2010 een toename van 4,6%. In de 2e helft van het jaar lag dit percentage bij 23,5%. Het feit dat de prijzen op de aardoliemarkt in 2010 continu hoog waren, heeft de bevoorrading in het achterland geremd, omdat de verbruikers alleen die hoeveelheden hebben ingekocht die zij meteen nodig hebben. Nu de voorraden klein zijn, maar de prijzen een lichte daling vertonen, zal de vraag in de loop van 2011 zal aantrekken. De in de chemiesector vervoerde hoeveelheden zijn in 2010 met meer dan 15,5% gestegen. In 2e helft van het jaar was er een plus van 13,8%, dus een kleine terugval. Mogelijk is het einde van het inhaaleffect in deze sector in zicht.

 

Waterstanden

De waterstanden in 2010 schommelden het gehele jaar min of meer rond een niveau dat een volledige benutting van de laadcapaciteit toeliet. Pas in december stegen de waterstanden en ook in januari 2011 was telkens weer sprake van hoogwater. De hoge waterstanden hebben de scheepvaart verschillende dagen belemmerd. In het voorjaar van 2011, is er echter zo weinig neerval dat de waterstanden opnieuw problematisch zijn (bijzonder lage waterstanden). Bij het uitblijven van neerslag zou deze situatie zelfs dramatisch kunnen worden en aanzienlijke storing van de scheepvaart, en dus op het vlak van de logistieke ketens, kunnen veroorzaken

 

Exploitatieomstandigheden in 2010

Van alle exploitatiekosten is de post brandstofkosten in de loop van 2010 het sterkst gestegen. Ondanks een duidelijke stijging van de getransporteerde hoeveelheden, zijn de vrachtprijzen op een dermate laag prijspeil blijven steken dat er geen sprake kon zijn van een tevredenstellende exploitatie. In vrij veel ondernemingen is de financiële situatie nog steeds weinig rooskleurig, aangezien de vrachtprijzen door de bank genomen laag waren en ondanks de toename van de vervoerde hoeveelheden niet voldoende om de kas te spekken. De verkeersonderbrekingen op de Middenrijn na het ongeval met de Waldhof in de eerste twee maanden van 2011 hebben de situatie van de binnenvaartondernemingen in de Rijnvaart aanzienlijk verslechterd.

 

Ontwikkeling van de laadruimte/nieuwbouw

Droge lading: In de loop van 2010 zijn er 24 (tegen 72 in 2009) nieuwe motorvrachtschepen in de drogeladingvaart op de markt gekomen. Zij zijn goed voor een totale capaciteit van 73.000 ton. Verder zijn er 24 nieuwe duwbakken (tegen 44 in 2009) met een totale capaciteit van 37.000 ton geteld. Dit bevestigt de significante afname in het aantal nieuwe schepen die voor deze sector aangekondigd was. Hoewel het aantal schepen dat in de drogeladingvaart in 2010 gesloopt werd in vergelijking met de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen, is de capaciteit die door Nederlandse sloopbedrijven verwijderd werd (ongeveer 25.000 ton) nog steeds qua volume niet meer dan 1/5 van de toegevoegde capaciteit. Hierbij moet de kanttekening worden geplaatst dat de Nederlandse markt voor de sloop van schepen representatief is. Verder moet nog gewezen worden op het feit dat de toegevoegde capaciteit een hogere productiviteit heeft dan de gesloopte scheepscapaciteiten.

 

Tankvaart: Voor de tankvaartmarkt was het jaar 2010 wat het aantal nieuw gebouwde schepen betreft vergelijkbaar met het voorgaande jaar. Er zijn 79 motortankschepen met een capaciteit van ongeveer 250.000 ton in bedrijf genomen. De transformatie van een enkelwandige naar dubbelwandige vloot wordt dus actief vervolgd. In 2008 zijn vanwege de sterke afbrokkeling van de markt voor droge lading, veel bestelling voor drogeladingschepen op het laatste moment omgezet in bestellingen voor tankschepen. Dit is mede een verklaring voor de massale toevoer van laadruimte op de markt die in 2010 er niet minder op werd. Het aantal tankschepen dat gesloopt werd, valt nauwelijks in het gewicht. Het lijkt erop dat de meeste schepen die de markt verlieten, verkocht zijn naar landen buiten de Europese Unie waar de ADN-regelgeving niet van toepassing is. Om welke aantallen het hier gaat, kan momenteel niet aan de hand van de beschikbare statistieken op betrouwbare wijze worden vastgesteld.