|
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft de technische vereisten voor boordzuiveringsinstallaties samen met een procedure voor de typegoedkeuring vastgelegd. Het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR) is aangevuld met een nieuw hoofdstuk 14a "Boordzuiveringsinstallaties". Dankzij deze aanvulling zal het huishoudelijk afvalwater van toekomstige zuiveringsinstallaties die aan boord van passagiersschepen zullen worden geïnstalleerd, bij lozing geen ecologische belasting voor het water vormen.
Scheepseigenaren hebben bovendien nog steeds de mogelijkheid om gebruik te maken van verzameltanks. Deze wijzigingen zullen, voor zover nodig, ook in richtlijn 2006/87/EG over de technische voorschriften voor binnenvaartschepen worden voorzien, zodat de vereisten van de CCR en die van de Europese Gemeenschap, die geharmoniseerd zijn, niet van elkaar gaan afwijken. Deze wijzigingen zullen op 1 december 2011 van kracht worden en om te beginnen voor een periode van drie jaar gaan gelden. In deze periode kunnen de bevoegde autoriteiten en het scheepvaartbedrijfsleven ervaringen met de nieuwe voorschriften opdoen.
Het voorkomen van lozingen van huishoudelijk afvalwater door de passagiersvaart draagt bij aan een verbetering van de ecologische kwaliteit van de Rijn. Daarom heeft de CCR al in 1995 in het ROSR de eis opgenomen dat hotelschepen met meer dan 50 bedden voorzien moeten zijn van verzameltanks voor afvalwater of boordzuiveringsinstallaties. Door de herziening van hoofdstuk 15 van het ROSR werd dit voorschrift in 2006 tot alle passagiersschepen uitgebreid. Daarbij werd bovendien geëist dat er geschikte boordzuiveringsinstallaties moeten worden geïnstalleerd, zonder dit echter te preciseren. In het Verdrag inzake de Verzameling, Afgifte en Inname van Afval in de Rijn- en Binnenvaart (CDNI) van 9 september 1996, dat op 1 november 2009 van kracht werd, zijn grenswaarden vastgelegd waar de lozingen van boordzuiveringsinstallaties aan moeten voldoen.
De fabrikanten en het scheepvaartbedrijfsleven dringen aan op uniforme toelatingsprocedures voor boordzuiveringsinstallaties, zodat individuele keuringen aan boord vermeden kunnen worden en er daarvoor in de plaats gekeurde installaties beschikbaar komen, die officieel zijn toegelaten. Door keuringen wordt gewaarborgd dat de boordzuiveringsinstallaties naar behoren functioneren en zij ondanks de specifieke omstandigheden in de binnenvaart toch voldoen aan de vastgestelde grenswaarden. Door de nu aangenomen typegoedkeuringsprocedure komt de CCR aan dit verzoek tegemoet: hierdoor ontstaat rechtszekerheid, terwijl tegelijkertijd de doelstellingen van het CDNI worden bereikt.
De CCR zal in de komende maanden de gelijkwaardigheid van andere normen met betrekking tot boordzuiveringsinstallaties onderzoeken en deze eventueel ter erkenning voorstellen. Net als bij de totstandkoming van de nu aangenomen voorschriften, zal dit in nauw overleg tussen de deskundigen van de lidstaten van de CCR en de EU worden gedaan. Hierdoor wordt de weg vrij gemaakt om in geheel Europa tot uniforme voorschriften te komen.
De CCR zal op haar website (www.ccrzkr.org) lijsten publiceren van de op dit vlak bevoegde autoriteiten, erkende technische instanties en toegelaten boordzuiveringsinstallaties die over een typegoedkeuring beschikken. |