U bevindt zich hier: HomeALGEMEENVeiligheidSchip afladen op waterstand. Hoe werkt dat?

Schip afladen op waterstand. Hoe werkt dat?

waterstanden_klWaterstanden op niet gestuwde rivieren zijn zeer grillig. Zo kan de waterstand op de Rijn metershoog verschillen. Bij zeer laagwaterstand heeft dat gevolgen voor binnenvaartschepen. Zo kan een schip niet afladen tot zijn ijkmerken zoals doorgaans bij normale waterstanden het geval is. Hoe diep het schip bij zeer lage waterstanden kan meenemen, hangt ook af wat zijn bestemming is. Zo kan het schip meer diepgang veroorloven met bestemming Duisburg als naar Mainz. In Nederland is de Geldersche IJssel zeer onderhevig aan de waterstanden. De overige rivieren in Nederland zijn voorzien van stuwen en sluizen, waardoor die iets minder gevoelig zijn voor grillige waterstandverschillen.

 

vaarwegprofiel_rijn_klScheepvaart is al sinds mensenheugenis onlosmakelijk verbonden met Nederland en heeft economisch gezien een belangrijke functie. De relatie van de binnenvaart met water is evident: zonder water geen scheepvaart. De capaciteit van de vaarweg is deels afhankelijk van de rivierafvoer. Als rivieren niet zijn voorzien van stuwen betekent weinig neerslag of smeltwater ook bijna automatisch een lagere waterstand. Dit is het geval op o.a. de Rijn, de Waal en de Geldersche IJssel. De Maas en de Nederrijn zijn wel voorzien van stuwen, waardoor de waterstand daar langere tijd stabiel blijft.

 

Een lagere waterstand beperkt de waterdiepte en daarmee de aflaaddiepte van schepen. Dat betekent dat een schip minder lading kan vervoeren. Voor dezelfde vracht zijn dus meer schepen nodig en dat kost de maatschappij extra geld. Binnenschippers kunnen soms een deel van hun kosten doorberekenen aan de verladers (de laagwatertoeslag) en verladers kunnen, als de markt dat toelaat, meerkosten doorberekenen aan hun afnemers. Over de afgelopen twintig jaar bedroegen de meerkosten als gevolg van lage rivierafvoeren gemiddeld 28 miljoen euro per jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden dat laag water uiteraard elk jaar voorkomt en dat dit niet direct tot maatschappelijke meerkosten hoeft te leiden. Dit is wel het geval bij extreme(re) laagwaters. In 2003, een extreem droog jaar, bedroegen de meerkosten 100 miljoen euro. Naast de financiële schade is er voor de binnenvaartsector ook imagoschade. Door aanhoudende lage waterstanden kan het gebeuren vervoerscapaciteit ontoereikend is en dat producten in de haven blijven staan, en aflevering pas veel later plaatsvindt. Als dat te vaak gebeurt, gaan verladers uitkijken naar andere mogelijkheden; bijvoorbeeld per goederentrein of vrachtauto. Dat heeft weer gevolgen voor de drukte op de wegen.

 

Waterstand
Het is voor o.a. schippers, rederijen en bevrachter dan ook belangrijk dat zij de waterstanden op de rivieren in de gaten houden, want niets is zo vervelend als het schip vastloopt met alle gevolgen van dien (schade aan het schip, overslag op de rivier) . Klik hier voor een overzicht van de recentste waterstanden. Zo'n overzicht geeft ook een beeld of het water gaat zakken of stijgen. + is gestegen cm t.o.v. dag ervoor en - is het aantal cm dat het water is gezakt t.o.v. de dag ervoor. Maar alleen deze waterstanden is niet genoeg, er moet namelijk een berekening plaatsvinden om te weten hoe diep het schip beladen kan worden. Om te begrijpen hoe een en ander in elkaar steekt, is het volgende van belang om te weten.

 

Overeengekomen Laagste Rivierstand
De richtlijnen voor grote niet-gestuwde rivieren garanderen een zogenaamde Overeengekomen Laagste Rivierstand (OLR). Bij deze waterstand garandeert de overheid een bepaalde waterdiepte. In Nederland streeft Rijkswaterstaat er naar om tussen Rotterdam en Lobith tenminste een diepte te handhaven van het vlak van het OLR tot de bodem van 2,80 meter.

 

Gleichwertiger Wasserstand
In Duitsland is er een soortgelijk vergelijkingsvlak als het OLR. Dit vergelijkingsvlak wordt GLW (Gleichwertiger Wasserstand) genoemd. Het verschil tussen beide vergelijkingsvlakken is dat het OLR over het gehele traject evenwijdig loopt aan de rivierbodem en dit bij het GLW niet het geval is. Op het gehele traject tussen Basel en de Nederlandse grens ligt het GLW telkens verschillend ten opzichte van de rivierbodem. Bijvoorbeeld als de pegel in Keulen 1,45 mtr. aangeeft, is vastgelegde GLW voor Keulen, garandeert de overheid een waterdiepte van 2,50 mtr. Gemakshalve wordt in dit artikel OLR gehanteerd

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart stelt in overleg met de Rijnoeverstaten om de 10 jaar de nieuwe zogeheten OLR vast. In 2012 zal de OLR/GLW opnieuw vastgelegd worden. In hoeverre het afwijkt van de huidige vastgestelde OLR hangt af van hoeveel de bodem in de afgelopen 10 jaar is uitgesleten of uitgebaggerd. Zo is in de Waal en de Rijn vanaf de Nederlandse grens tot Krefeld (net boven Ruhrort) uitgebaggerd en is de gegarandeerde diepgang bij OLR 2,80 mtr. Voorheen was die 2,50 mtr.

 

Veiligheidsmarge
Voor een veilige vaart is het natuurlijk noodzakelijk dat men niet op de diepte van de vaargeul gaat varen. Men zal een veiligheidsmarge of kielspeling aan moeten houden. Hoeveel deze marge dient te zijn, is niet vastgelegd. Wel wijst Duitse jurisprudentie uit dat een marge van 20 cm acceptabel is bij een zand- of grindbodem, maar dat deze marge van 20 cm beslist onvoldoende is voor bijvoorbeeld een tankschip die op een traject vaart met een rotsachtige bodem. De beoordeling van de marge ligt vooral bij het 'goed zeemanschap' van de schipper.

Streefdiepte per traject
De diepte van de vaargeul is de normdiepte van de vaargeul bij de overeengekomen lage rivierstand (OLR), die in het kader van wat mogelijk en redelijk is aan de scheepvaart ter beschikking wordt gesteld door waterwegbeheerders.

van kmr tot kmr Riviergedeelte Diepte vaar-
geul bij OLR
334,00 - 508,00 Iffezheim (sluis) tot Budenheim/Niederwalluf 2,10 m
508,00 - 557,00 Budenheim/Niederwalluf tot St. Goar 1,90 m
557,00 - 592,20 St. Goar tot Koblenz (Moezelmonding) 2,10 m
592,20 - 763,00 Koblenz (Moezelmonding) tot Krefeld 2,50 m
763,00 - 952,00 Krefeld tot Woudrichem (Rijn/Waal) 2,80 m

 

Vastgestelde OLR-waarden
De waterstanden bij de overeengekomen lage rivierstand zijn momenteel de volgende (OLR 2002):

Referentiepeilschaal ORL
(in cm)
Riviergedeelte
(Rijn-kmr)
Traject
Maxau 360 334,00 - 384,00 Iffezheim - Germersheim
Speyer 220 384,00 - 410,50 Germersheim - Mannheim*
Mannheim 155 410,50 - 431,50 Mannheim* - Ludwigshafen
Worms 65 431,50 - 462,00 Ludwighafen - Gernsheim
Mainz 170 462,00 - 508,00 Gernsheim - Niederwalluf
Oestrich 85 508,00 - 540,00 Niederwalluf - Lorch
Kaub 80 540,00 - 566,00 Lorch - Bad Salzig
Koblenz 80 566,00 - 601,00 Bad Salzig - Engers
Andernach 95 601,00 - 624,00 Engers - Bad Hönningen
Bonn 145 624,00 - 660,00 Bad Hönningen - Mondorf
Keulen 145 660,00 - 710,00 Mondorf - Dormagen*
Düsseldorf 105 710,00 - 763,00 Dormagen* - Krefeld
Duisburg/Ruhrort 225 763,00 - 794,00 Krefeld - Orsoy
Wesel 155 794,00 - 837,00 Orsoy - Rees
Emmerich 80 837,00 - 857,00 Rees - Nederlandse grens

* = bovenstrooms van

Er zijn namelijk veel meer factoren die van invloed zijn op een veilige diepgang, zoals de grootte van het schip, de relatieve snelheid van het schip, de tendens van het waterniveau (vallend of wassend water) en de aard van de rivierbodem (zand-, grind- of rotsbodem). Doorgaans ligt de aangehouden veilige marge tussen de 20 en 40 cm.


Maximale diepgang uitrekenen
Met behulp van bovengenoemde peilstand en de streefdiepte voor het betreffende traject is de diepte van de vaargeul bij elke willekeurige peilstand te berekenen. Hiervoor kan de volgende formule worden gehanteerd:

Diepte = Streefdiepte + (peilschaalstand - OLR-peilstand)

De peilschaalstand is altijd variabel, terwijl de OLR-peilstand een vast gegeven is die door waterbeheerders is vastgesteld.

Voorbeeld:
Indien de pegel van enige dag bij Kaub 175 aangeeft dan is de maximale diepgang, zonder veiligheidsmarge, 285 cm. Kaub ligt op kmr. 546.
De berekening is: 190 (streefdiepte) + 175 (actuele pegel) = 365 - 80 (OLR) = 285. Met een veiligheidsmarge van 20 cm is de maximale diepgang 265 cm.

 

Laag water maatregelen
Er zijn een aantal afspraken gemaakt om schade ten gevolge van laag water te voorkomen:

 
1. Instellen van een verbod op inhalen (het zogenaamde oplopen). Dit gaat op de Geldersche IJssel ook gepaard met een ontmoetingsverbod.

 
2. Instellen van éénrichtingsverkeer (bijvoorbeeld twee uur op, twee uur af). Ook kan besloten worden dat de schippers het onderling regelen. Op de Geldersche IJssel gebeurt dit al. Dit kan indien de eenrichtingstrajecten niet te lang zijn (binnen marifoonbereik en mogelijk zichtbereik).

 
3. Vervangend vervoer kan een alternatief zijn voor transport via het water als het lage water te lang duurt. Men zal een beperkt deel van de goederen, als gevolg van marktwerking, per trein of vrachtauto gaan vervoeren. Een ander deel kan tijdelijk worden opgeslagen. Aandachtspunt hierbij is, dat de binnenvaart veel gevaarlijke stoffen vervoert (brandstoffen, chemische producten, etc.). Bij vervoer per spoor of via de weg vergt dit extra aandacht voor de veiligheid.

 
4. Het schutten bij sluizen beperken door, indien mogelijk, de sluis korter te maken of te wachten tot er meer schepen in de kolk zijn.


Stremming
Als bovenstaande mogelijkheden niet afdoende zijn, kunnen ook bepaalde vaarwegen of sluizen worden gestremd voor scheepvaartverkeer. Deze maatregel wordt alleen afgekondigd als het echt niet anders kan.

OLR Nederland

Riviertak Locatie  Kmr OLR
Boven Rijn Lobith 862.180 752
Waal Pannerdensche Kop 867.220 733
  Nijmegen-Haven 884.870 545
  Dodewaard 901.375 392
  Tiel-Waal 913.250 262
Pannerdensch Kanaal   Pannerdensche Kop 867.220 733
  IJsselkop 878.460 709
Neder-Rijn   Driel boven 891.170 709
Driel beneden 891.750 600
Amerongen boven 922.020 600
Amerongen beneden  922.540 262
Lek   Hagestein boven 946.640 262
IJssel  IJsselkop 878.460 709
De Steeg 890.660 573
Doesburg  903.015 485
Zutphen 929.300 276
Deventer  945.030 154
Olst  957.125 87
Wijhe 965.050 57
Katerveer  980.750 7
Kampen 994.495 -23

Keteldiep

1001.415 -32

 

Voor het meten van de juiste waterstand in Nederland moet u vervolgens per plaats weten wat de stand van de OLR is ten opzichte van het NAP. Vervolgens moet u per dag de waterstand weten ten opzichte van het NAP.

 

 

Toekomstvisie Waal
Om de goederenstroom over de Boven-Rijn en de Waal in de toekomst te kunnen blijven handhaven is een ruimere vaarweg noodzakelijk. In 1996 hebben Duitsland en Nederland afgesproken de vaargeul van de Rijn en de Waal duurzaam te vergroten. Nederland heeft de waterdiepte bij OLR in 2006 verruimd van 2,50 meter tot 2,80 meter. Gelijktijdig heeft Duitsland dit gedaan op het traject tot Duisburg. Het handhaven van de minimumafmetingen van de vaargeul door middel van periodiek baggerwerk blijkt nu al een aanzienlijke opgave te zijn. Het handhaven van een stabiele vaarweg zal in de toekomst echter nog moeilijker worden door de voortgaande bodemdaling in de Rijntakken en klimaatverandering die vaker lage waterstanden veroorzaakt. Als onderdeel van het project ‘Toekomstvisie Waal' wordt in de deelstudie "Duurzame Vaardiepte Rijndelta"onderzocht op welke manier de dimensies van de verruimde vaarweg duurzaam kunnen worden gehandhaafd. Hierbij staat de vraag centraal hoe de bodemdaling gestopt kan worden en hoe de effecten van klimaatverandering op de vaarweg gecompenseerd kunnen worden. Daarnaast wordt er om in te spelen op klimaatverandering in de markt (al dan niet met subsidie) gezocht naar innovaties als lichtgewicht schepen, die minder diepgang nodig hebben.

Gegarandeerde diepgang traject Rotterdam en Duisburg
In de vaargeul op de Boven-Rijn en Waal geldt voortaan een gegarandeerde minimale diepte van 2,80 meter. Rijkswaterstaat heeft de scheepvaartsector daarover geïnformeerd. Omdat de vaargeul op het Duitse deel eveneens is aangepast, geldt de openstelling voor het traject tussen Rotterdam en Duisburg. De nieuwe officiële diepte van de vaargeul maakt het mogelijk om schepen in perioden waarin de rivier minder water heeft extra te beladen en versterkt daarmee volgens Rijkswaterstaat de positie van de binnenvaart.

 
Het scheepvaartverkeer op de Boven-Rijn en Waal beschikt in de nieuwe situatie bij lage waterstanden tot 7,52 meter boven NAP bij Lobith over een 150 meter brede vaargeul met een gegarandeerde diepte van 2,80 meter. Tot 1 november was dit 2,50 meter. De garantie is gebaseerd op de langjarige gemiddelde waterstand. Het peil bij Lobith is daarin theoretisch niet meer dan tien keer per jaar lager dan 7,52 meter. Bij waterstanden tussen 7,52 meter en 9,10 meter boven NAP te Lobith is de gegarandeerde diepte 4 meter.
 

De baggerwerkzaamheden op het Nederlandse deel (tussen Gorinchem en de Duitse grens) zijn als gevolg van gunstige omstandigheden eerder afgerond dan gepland. De oplevering stond aanvankelijk gepland voor voorjaar 2007. De verdieping van de Waal en Boven-Rijn is gefinancierd uit de extra gelden die via de motie Gerkens beschikbaar zijn gesteld voor de ‘natte' infrastructuur.  02 November 2006 NT

 

 Hoewel aan dit artikel uiterst veel zorg is besteed, kan er geen rechten aan worden ontleend.

 
Bronnen:
Preventiegids Binnenvaart - Een verhaal met diepgang (Federatie van Onderlinge Verzekeringsmaatschappijen 2005)
Bericht van de rivierpolitie (Wasser- und Schifffahrtsdirektionen Südwest und West november 2009)
Waterwegprofiel van de Rijn (CCR december 2009)
Klimaatverandering en scheepvaart op de grote rivieren (Rijkswaterstaat juli 2009)
Uitwerking informatiebehoefte waterstanden (Rijkswaterstaat december 2008)

 

{linkr:related;keywords:klimaatverandering, waterstanden;limit:8;title:Lees ook}
Link_portalbinvrt
Link_CBRB Link_KonSchut
Link_BBU Link_BVB
Link_PBV Link_INE
Link_Blueroad Link_Flexfleet
Link_OCB Link_eu_Edinna
Link_EICB Link_BTB
Link_Agentschap Link_CCR
Link_WWINN Link_Rivers
Link_eu_Platina Link_eu_naiades
Link_Vaarweg Link_wetgeving
Link_techniek en bemanning
Link_Schuttevaer Link_Scheepvaartkrant
Link_Binnenvaartkrant Link_NT
EICB.png
Ga naar boven