De Provincie Zuid-Holland beschikt van oudsher over een heel fijnmazig en uitgebreid netwerk van waterwegen. Tot ver in de 20ste eeuw werd dat netwerk gebruikt voor het vervoer van goederen van producent naar veilingen, coöperaties en fabrieken. Denk daarbij aan het Westland, waar de tomaten en komkommers met zogenaamde "westlanders" - platbodems van 10 tot 15 meter lang - naar de veilingen werden vervoerd en waar de benodigde potgrond vaak per schip werd aangevoerd. In veenweidegebieden werden koeien, melk, boter en kaas vrijwel uitsluitend met kleine platbodems over het water vervoerd. Het water ligt er nu nog maar wordt niet meer voor goederenvervoer over korte afstanden gebruikt. Vervoer over de weg heeft het vervoer over water verdrongen en op veel plaatsen zelfs onmogelijk gemaakt. Bedrijven en veilingen staan niet meer aan het water en vaste bruggen hebben de plaats ingenomen van ophaalbruggen en veerponten.
De vraag is of we met de kennis van nu opnieuw tot een dergelijke ontwikkeling zouden besluiten. Energie wordt namelijk steeds duurder, de gemiddelde snelheid op de provinciale wegen loopt terug door stoplichten en files, en steeds meer wordt duidelijk dat de leefbaarheid binnen onze provincie onder druk komt te staan door het ruimtebeslag voor wegen en de uitstoot van geluid, broeikasgas, NOx en fijnstof die gepaard gaan met het vervoer over de weg. De vooruitgang wordt steeds meer ingehaald door stilstand en achteruitgang. En de kosten om het wegverkeer aan de gang te houden rijzen de pan uit. Om de knelpunten op de wegen op te lossen is namelijk steeds meer asfalt nodig en tegelijkertijd vraagt dat ook om forse additionele investeringen om de leefbaarheid op een acceptabel niveau te houden.
De Zuid-Hollandse waterwegen hebben een enorme overcapaciteit voor goederenvervoer en ook de 59 veren dragen belangrijk bij - en kunnen nog veel meer bijdragen - aan het verminderen van het aantal autokilometers. Het Provinciaal Verkeer en Vervoerplan 2002 - 2020 (PVVP) spreekt zich er vreemd genoeg helemaal niet over uit hoe deze overcapaciteit beter benut kan worden. Volgens de SP-Statenfractie legt het provinciebestuur bij mobiliteit te veel nadruk op asfalt. Er wordt veel geïnvesteerd in wegen, terwijl er nagenoeg niets wordt gedaan aan een betere benutting van de mogelijkheden en overcapaciteit van de Zuid-Hollandse waterwegen en veren. De SP vindt dat onbegrijpelijk in het licht van de toenemende aandacht voor duurzaamheid en leefbaarheid.
Om deze ontwikkeling te keren heeft de SP-Statenfractie een visie ontwikkeld over hoe de binnenvaart in Zuid-Holland te bevorderen is. De visie is gebaseerd op het bestaande beleid en wordt gedragen door binnenvaartschippers, veerexploitanten en hun overkoepelingen. De SP hoopt dat het provinciebestuur kennis wil nemen van deze visie en roept op tot overname van de aanbevelingen. De SP zal de visie een plaats geven in het SP-verkiezingsprogramma voor de Provinciale Statenverkiezing in 2011. Wij zullen ons ook inzetten om het belang van de kleine binnenvaart in de coalitiebesprekingen op tafel te brengen. Downloaden notitie vervoer over water "Waar water is, is een weg".
Door de economische crisis zijn veel binnenschippers in financieel zwaar weer terechtgekomen. De sector raakte in een negatieve prijsspiraal die gemakkelijk kan leiden tot kaalslag, vooral onder de kleinere schepen. Maar juist die kleinere schepen zijn voor Zuid-Holland een kans. Met deze schepen kan het vervoer over water fijnmaziger worden uitgevoerd, met als gevolg minder vervoer over de weg. Dat geeft minder files, minder CO2-uitstoot en minder behoefte aan asfalt. Eenzelfde voordeel hebben de veren in Zuid-Holland. Minder gebruik van veerponten leidt tot meer verkeer op de weg. En het omgekeerde is waarschijnlijk ook waar: meer gebruik van veerponten leidt waarschijnlijk tot minder verkeer op de weg. Zuid-Holland is de meest waterrijke provincie in Nederland maar ook de drukste. Bevorderen van het vervoer over water - zowel voor mensen als goederen - ligt hier dus voor de hand. De maximale capaciteit van de waterwegen is namelijk nog lang niet bereikt, terwijl de capaciteit van veel wegen al lang ver wordt overschreden. Met het oog op de problematiek van files, asfalt en milieu heeft de Zuid-Hollandse SP-Statenfractie deze visie geschreven. Beter en meer gebruik van de vaarwegen kan de filedruk verminderen waardoor ook minder nieuw asfalt nodig zal zijn. Dat past ook goed bij de forse bezuinigingen die nu - ook als gevolg van de financiële crisis - nodig zijn. Deze notitie spreekt zich uit over mogelijkheden om de vervoersmiddelen en het vervoer van goederen en mensen over water te bevorderen, en over de mogelijke effecten daarvan op de maatschappelijke kosten en baten voor de Zuid-Hollandse samenleving.
De visie van de SP De vaarwegen in Zuid-Holland liggen er al en hebben een grote overcapaciteit. Dat is een belangrijke conclusie van het provinciebestuur zelf. Daarom pleit de SP voor het omgedraaid toepassen van de provinciale ambitie zoals verwoord in het PVVP. Neem dus de vaarwegen en de daarmee verbonden capaciteiten als startpunt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, vooral die ontwikkelingen die samenhangen met grote goederen- en/of reizigersstromen. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat meer bedrijventerreinen, veilingen en dergelijke aan waterwegen gesitueerd moeten worden. In de visie van de SP moet de aanwezigheid van een vaarweg en een laad- en losmogelijkheid zwaar worden meegewogen in de ruimtelijke besluitvorming. Natuurlijk moeten de mogelijkheden bestaande bedrijven en bedrijfsterreinen in de nabijheid van vaarwegen en laad- en loswallen beter benut gaan worden.
Vervoer van goederen De Provincie Zuid-Holland zou een Maatschappelijke Kosten-batenanalyse kunnen (laten) uitvoeren, waarin de gevolgen van meer goederenvervoer over water worden vastgesteld. De SP vindt het een gemiste kans dat de Provincie Zuid-Holland nu nog geen concrete ideeën heeft voor betere benutting van binnenhavens en vaarwater, terwijl in Zuid-Holland het fileprobleem het grootst is en tegelijkertijd de capaciteit van het vaarwegennet nagenoeg onbeperkt is. Dit gebrek aan ideeën is zeker onverstandig in het licht van het feit dat er Europese en landelijke subsidies beschikbaar zijn voor onderzoek naar bijvoorbeeld:
- verbetering van de mogelijkheden om containers over te slaan van binnenvaart naar binnenvaart of van binnenvaart naar andere modaliteiten,
- het ontwikkelen van moderne vervoersconcepten zoals Distrivaart en Roll-on/roll-off en
- studie naar de vervoerstromen tussen glastuinbouwlocaties en veilingen/distributiecentra, en tussen productielocaties en handelscentra.
De Provincie Zuid-Holland kan hiervoor dus al bestaande subsidies aanwenden of zelf eenvoudig subsidies ontwikkelen waardoor nieuwe innovatieve vervoersconcepten en ook nieuwe samenwerkingsverbanden snel mogelijk kunnen worden. Wellicht is het ook mogelijk om hiervoor Europese subsidies voor verbetering van de leefbaarheid aan te wenden. Hiervoor zou het Innovatiebureau voor subsidie-ideeën ingeschakeld kunnen worden.
Behoud van kleinere binnenvaartschepen Vervoer over water tot in de stad of op het bedrijventerrein is een goed uitgangspunt. Een goed voorbeeld zijn de bierboten in Amsterdam en Utrecht en natuurlijk het vervoer van grondstoffen en eindproducten over water door Heineken. Van belang voor een fijnmazig vervoer over water is dat er naast de grote schepen ook kleinere binnenvaartschepen actief blijven. Juist de rentabiliteit van die kleine schepen kan in toenemende mate onder druk komen door ontwikkelingen zoals walstroom en Europese regelgeving. Walstroom - en vooral het daarmee verbonden verbod een generator te gebruiken - kan door de vaak hoge kosten voor aanpassing van de elektrische installaties aan boord voor vooral de kleinere/oudere schepen tot sloop leiden. Volgens de SP is het contraproductief als de invoering van walstroom - waarmee relatief maar een klein milieuvoordeel wordt bereikt - ertoe leidt dat het totale volume van goederenvervoer over water vermindert ten faveure van het wegvervoer. Dit kan eenvoudig voorkomen worden door de oudere schepen vrij te stellen van de plicht walstroom te gebruiken. Het opleggen van de eis dat ook oudere vrachtschepen moeten voldoen aan Europese regelgeving (CCR II) en het weren van schepen die daaraan niet (kunnen) voldoen, versnelt de afbraak van juist de oudere en vaak kleinere schepen. Daardoor vermindert het goederenvervoer over water tot in of nabij de stad. In de afgelopen 15 jaar daalde het aantal Nederlandse spitsen en kempenaars dramatisch tot enkele honderden. Deze daling gaat nog steeds door en zonder ingrijpen zal de laatste rond 2030 gesloopt gaan worden. Om juist deze kleinere schepen beter te laten concurreren met het wegvervoer is het van belang dat bedrijven beter vanaf het water bereikbaar worden. Hoewel de Provincie Zuid-Holland geen directe invloed kan uitoefenen op de invoering van Europese regelgeving, kan zij door het faciliteren van de kleinere binnenvaartschippers en een minder rigide toepassen van de plicht om walstroom te gebruiken wel degelijk bijdragen aan het behouden van deze belangrijke vorm van goederenvervoer over water. Verder is het de moeite waard te bekijken of bestaande schepen met inzet van weinig middelen geschikt te maken zijn voor andere vormen van vervoer zoals palletvervoer en distrivaart. Eventueel zouden daarvoor nieuwe subsidies of pilots beschikbaar moeten worden.
Overslagfaciliteiten De SP heeft geconstateerd dat de Provincie Zuid-Holland geen uitvoering geeft aan het beleid voor het in stand houden dan wel uitbreiden van laad- en loswallen. De meeste overslagfaciliteiten voldoen niet meer of zijn (deels) verhuurd aan private partijen. Een goed overzicht van laad- en losfaciliteiten en bedrijventerreinen aan vaarwater voor Zuid-Holland is er nog niet maar zou er op korte termijn wel moeten komen. Regionale overslagcentra (aansluitpunten waar water, spoor en weg bij elkaar komen) zijn een goede mogelijkheid om het vervoer efficiënt over de verschillende modaliteiten te verdelen. Onderzocht zou kunnen worden wat de status van deze regionale overslagcentra is en of revalidatie/uitbreiding daarvan nodig of mogelijk is.
Concrete voorstellen goederenvervoer
- Bevorder het gebruik van de bestaande binnenhavens en de aanwezige laad- en loswallen.
- Ontwikkel subsidievormen voor onderzoek naar het bevorderen van goederenvervoer over water.
- Stel kleine schepen vrij van de plicht walstroom te gebruiken en bevorder het vervoer over water tot in de stad. De SP is het op zich eens met het idee achter walstroom, maar we vragen ons wel af of de investering en de exploitatiekosten wel opwegen tegen de beperkte milieuwinst.
- Onderzoek in hoeverre de Provincie bedrijven kan faciliteren/subsidiëren voor het vervoer van hun goederen over water.
- Onderzoek wat de status is van de regionale overslagcentra en de andere overslagplaatsen.
- Onderzoek waar grote ondernemingen/bedrijventerreinen al aan het water liggen of nog ontwikkeld kunnen worden.
- Onderzoek of kleinere bedrijven baat hebben bij vervoer over water en hoe de Provincie Zuid-Holland dit kan stimuleren.
- Onderzoek of er interesse bestaat onder verladers en binnenvaartschippers voor het uitvoeren van routes met vaste tijden.
- Onderzoek samen met de aanliggende provincies (Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant en Zeeland) of het vervoer over water in samenwerking vergroot kan worden.
- Belast de wegvervoerders voor de externe kosten van goederenvervoer over de weg.
- Vermijd spitssluitingen van bruggen en stem de openingstijden van bruggen en sluizen af op de binnenvaart (mogelijk via koppeling van automatische systemen).
- Ontwikkel beleid ter voorkoming/vermindering van wachttijden voor de binnenvaart bij spoorbruggen die als gevolg van intensivering van het treinverkeer steeds vaker open gaan.
Gebruik van veren Het gebruik van de veren kan door promotie, verbetering van de dienstregelingen/vaartijden en wellicht ook via betere bewegwijzering en prijsstelling bevorderd worden. Dit is tot op heden vanwege de zeer geringe ambtelijke capaciteit niet realiseerbaar. Het ambtelijke apparaat dat zich met het vervoer over water bezighoudt is nu namelijk maar 1 of 2 medewerkers groot. Opvallend is dat de provincie wel veel geld en energie - namelijk € 40.000.000,- vanaf 2007 en 20 beleidsambtenaren - heeft geïnvesteerd in het ontwikkelen van fietsroutes. Een aantal van die fietsroutes kan echter niet zonder de veren. Desondanks is er nagenoeg geen geld beschikbaar voor de exploitatietekorten van en noodzakelijk investeringen in de veren. Een klein deel van het ambtelijke budget voor het fietsbeleid zou voor de veren in de fietsroutes aangewend moeten worden.
De voordelen van meer veergebruik zijn vaak groot. Een goed voorbeeld is het veer bij Dordrecht (Kop van ‘t Land). Dit veer zet dagelijks 700 auto's over, inclusief busjes met bouwvakkers. Ook de ambulance en de bus maken gebruik van dit veer. Als dit veer niet vaart moeten deze allemaal 40 kilometer omrijden. Dat bespaart tijdens werkdagen 1260 ton CO2 op jaarbasis. Bij stremming van de bruggen op de A16 of de A27 en de A15 bij Dordrecht zet dit veer vele honderden extra auto's over. Het veer ligt ook in een aantal fiets- en toeristische routes. Op mooie dagen in het vakantieseizoen en weekenden maken ca. 1000 fietsers en 200 motorrijders gebruik van het veer. Voor scholieren is het veer vaak de enige vervoerswijze van en naar school. Dit veer bespaart dus niet alleen CO2-uitstoot en geluidsoverlast maar heeft ook een groot maatschappelijk belang (> € 1.000.000,-) en een economisch belang (toerisme). De capaciteit van het veer wordt echter nog niet helemaal benut. Een tweede voorbeeld is het veer tussen Maassluis en Rozenburg. Deze provinciale veerdienst beschikt binnen de provincie Zuid-Holland over de grootste capaciteit en bespaart ook de meeste CO2- uitstoot (700.000 auto's x 25 km x 0,18 = 3150 ton). Daarnaast zou dit veer een belangrijke rol kunnen spelen in het ontlasten van het verkeer op de A15, vooral gedurende de komende 4 jaar als deze rijksweg ten gevolge van de aanleg van de tweede Maasvlakte zal worden verbreed. Ook is het maatschappelijk belang van dit veer ca. 2,5 keer groter dan dat van het veer bij Dordrecht, namelijk € 2.500.000,-. Deze voordelen wegen naar de mening van de SP absoluut op tegen de jaarlijkse € 375.000,- die het veer kost voor de provincie. Desondanks ziet het provinciebestuur geen reden om bij te dragen aan de kosten voor een derde veerboot. Die derde veerboot is noodzakelijk voor de continuïteit van onder andere de spitsdienst.
Concrete voorstellen veren
- Bevorder het gebruik van veerverbindingen door promotie, betere dienstregeling/serviceniveau, bewegwijzering en prijsstelling.
- Verruim de subsidies voor vervanging van en investeringen in veerboten. Het geld hiervoor kan gevonden worden in de post "onderhoud wegen" of de post "openbaar vervoer".
- Stel een deel van het geld en de ambtelijke capaciteit voor het bevorderen van fietsroutes beschikbaar voor de in de fietsroutes gelegen veerverbindingen. Zonder deze veren is het namelijk niet mogelijk om deze routes te ontwikkelen.
- Bereken met behulp van de methoden zoals genoemd in het rapport "Verdiensten van Veerdiensten" de CO2-besparing door de gezamenlijke Zuid-Hollandse veren en het economische/maatschappelijke belang dat met de veren wordt gediend.
- Ontwikkel beleid ter bevordering van het gebruik van de Zuid-Hollandse veren.
- Zet het incidentele Zuid-Hollandse verenfonds om in een structureel fonds waaruit de noodzakelijk kosten/investeringen voor de realisering van het beleid betaald kunnen worden.
- Stem noodzakelijke werkzaamheden aan wegen van en naar de veren en de veerstoepen goed af met de betrokken veerexploitanten.
|